De alpaca is familie van de (kameelachtigen). Hij heeft een schoft hoogte van 90 cm. met een lange vacht, vaak tot aan de grond reikend. De vacht komt voor in meer dan 22 erkende kleur slagen.
De alpaca leeft op de hoogvlakten van Peru en chili en gedijt het beste op een hoogte van 4400-5300 meter waar een geringe lucht vochtigheidsgraad heerst. Hij geeft de voorkeur aan een zachte, vochtige grond voor zijn gevoelige pootjes, met mals gras en poelen om zich in te wentelen.
De alpaca wordt voornamelijk gehouden voor de wol. Door kruising met de vicuña is de kwaliteit van de wol sterk verbeterd. Er zijn twee verschillende typen, welke enkel in de wol verschillen. De Huacaya heeft een zachte licht krullende vacht en de Suri heeft lange dikke lokken. Het scheren gebeurt jaarlijks.
Tot voor kort werd er gedacht dat de alpaca verwant is aan de lama, maar recent onderzoek toont aan dat hij in feite verwant is aan de vicuña (dit is een soort bergschaapje)